Op
zaterdag 27 maart j.l. stond de Nederlandse Hervormde Kerk in Zuidwolde
weer geheel in teken van Pergolesi en Viva la Musica.
Het lijkt erop, dat een begin gemaakt is aan een traditie om het Stabat
Mater van deze veel te vroeg gestorven componist jaarlijks in de passietijd
uit te voeren. Verleden jaar waren wij reeds getuige van de verklanking
van dit wonderschone werk door hetzelfde gezelschap.
Naast de vele Matthäus- en Johannespassionen lijkt het Stabat
Mater van Pergolesi een vaste plaats te krijgen in de reeks passiemuziek
tijdens de 40-dagentijd.
In feite is het geen werk voor koor, maar is geschreven voor twee
hoge stemmen – in de tijd van Pergolesi zelfs door twee hoge
mannenstemmen - met begeleiding van een strijkensemble.
De religieus-dramatische latijnse liedteksten moeten zonder pathos
en overdreven sentiment een pure, heldere en onbevangen muzikale gestalte
krijgen. En daarin is dirigente Ceciel van der Zee overtuigend geslaagd.
Ruim veertig zangers tegenover vijf instrumentalisten vereist een
verfijnde afregeling van de balans en – mede dank zij de akoestiek
– klonk alles zeer doorzichtig en afgewogen.
In de trend van authentieke uitvoeringspraktijken worden tempi vaak
veel hoger genomen, dan wenselijk is.
Gelukkig was daar zaterdag geen sprake van. Het onderwerp leent zich
niet voor een hoog tempo en bovendien wordt verstaanbaarheid en tranparantie
er niet beter van.
De tweestemmige passages - vaak in parallelle tertsbewegingen - ,
kwamen voor rekening van het koor, bestaande uit het Jeugdkoor Viva
la Musica aangevuld met leden uit Chacota. Tertsengangen behoort wellicht
niet tot de meest complexe componeertechniek, maar zo zuiver als ze
werden gezongen, toch uitermate boeiend.
De solo’s werden vertolkt door de sopraan Gera van der Hoek
en de alt Annemieke van der Ploeg. De vijf instrumentalisten –
2 violen, altviool, cello en orgel – zijn stuk voor stuk vakmensen,
die zich moeiteloos in het geheel lieten mengen.
Een prettige bijkomstigheid voor de jonge uitvoerders en het voornamelijk
jeugdige publiek is, dat het totale werk slechts 40 minuten duurt.
De boog blijft gespannen en dat is voelbaar en hoorbaar. Absolute
stilte tussen de delen en geen tekenen van “er niet helemaal
bij zijn” Het zou me niet verbazen, als we heel wat van deze
jonge luisteraars later opnieuw tegenkomen als regelmatige concertganger
of zelfs uit uitvoerend kunstenaar.
Dick
Spijkers